Waarom deze website de Boeddha Club?

Hoe Elitair is Advaita in Nederland aan het worden?
Geloof mij: het organiseren van advaita roept meer lust op bij menigeen dan zelf tot de kern ervan te willen doordringen!
Toen ik mijn ‘ontmoeting in waarheid’ wilde aanmelden bij satsang.nl kreeg ik daar te horen dat dat alleen nog maar kon (kan) gaan via een positieve getuigenis van de reeds aanwezigen op deze satsang-agenda! Moest ik nu gaan bedelen bij mijn ‘collega’s’?? Echt niet!!
Gelukkig is er ook nog naast deze zeer bekende en oud-vertrouwde online satsang-pagina thans een nieuwere: satsangagenda.nl
Ik heb al diverse keren opgemerkt hoe elitair het clubje Advaita in Nederland aan het worden is! Ook verdenk ik helaas het tijdschrift Inzicht daarvan!
Als ze daar echt open staan voor alles wat nieuw is, binnen advaitaland, zouden ze in mijn ogen bij iedere uitgave een gehele pagina behoren te reserveren voor een nieuweling van dat advaitafront. En niet met elkaar steeds moeten zeggen: ‘Nee, die niet en die niet en die niet maar deze wel! Want die voldoet aan onze eisen! Want we hebben een naam hoog te houden!’ Geloof mij, want zo denken zij daar met elkaar!…
Ik zou juist zeggen: ‘Deze staat mij niet aan maar heeft wel iets nieuws, anders, te melden betreffende non-dualiteit. Al vind ik die persoon niets! We zetten deze op onze speciale pagina met de disclaimer: We staan niet per se hier achter de inhoud of in het geheel niet maar ons tijdschrift is meer dan enkel onze eigen veilige mening over non-dualiteit!’ Zoiets??… Noem zo’n pagina bijvoorbeeld Zeepkist!
Toen ik zelf, jaren geleden, op Facebook Advaita Nederland oprichtte, was mijn motto: Iedere klootzak kan en mag hier schrijven en ik interviewde dan ook werkelijk voor deze FB-pagina de meest uiteenlopende mensen met hun visies betreffende advaita en/of non-dualiteit! Zelfs hen die mij eerst en die FB-pagina regelmatig verrot hadden gescholden! Naast de pagina kwam toen ook de FB-groep Advaita Nederland, waarop ik me niet bemoeide met de inhoud en menigeen begon openlijk zich te beklagen over diverse aanwezigen aldaar met hun teksten en taalgebruik. Goed, dat is nu verledentijd. Na mij kwamen andere beheerders met wel meer oog voor taalgebruik e.d. Ook ik ben toch gevoeliger geworden voor een serieuzere aanpak! Maar je kunt ook overdrijven en alles alleen maar in veilige hokjes – van advaita – proberen te stoppen!
Tja, dit lijkt een beetje op een open brief…

@Nathan

aum

Advertenties

Ik ben niet van mij

Wanneer je onderzoek doet naar je afkomst, kom je al snel in verhalen terecht waarbij je is verteld dat jij op een bepaalde datum en tijd bent geboren daar en daar. Deze informatie is tweedehands daar je hem niet zelf hebt opgedaan. Er is je verteld dat je als baby ter wereld bent gekomen als jongetje of meisje, je bent door je ouders gepamperd en ze hebben je gevoed en vertroeteld (althans bij de meeste mensen is dit zo). Het probleem van deze informatie is dat je ze van deze ouderlijke autoriteit moet aannemen omdat je dit zelf niet weet. (Uitzondering welke beweren dit wel weten daargelaten) dus het probleem van deze kennis is dat het informatie betreft uit het geheugen van je ouders of opvoeders (uitzonderingen daargelaten). Je kan hooguit onderzoek doen door archieven en andere getuigenissen uit te spitten.

Voor de meeste mensen is er pas een begin van een persoonlijk bestaan bij het ‘opstarten’ van het zelfbewustzijn (wat er combinatie betreft van geheugen, bewustzijn en onderscheidingsvermogen) en alles wat daarvoor is geschied, is er niet of zijn er hooguit wat flarden onsamenhangende herinneringen.

Er rijzen de volgende vragen bij dit onderzoek: ‘wat is de aard van Zelf’ en ‘kent Zelf een start- en eind punt’

Over de aard van Zelf: wat kan er over beweerd worden? Zelf is een hier-zijn waarbij Zelf zich gewaar is door middel van het objectief waarnemen én Zelf is dat ook zonder die gewaarwording in vorm, tijd en ruimte (bewijs daarvoor is de droomloze slaap welke dit Zelf niet wegvaagt)

Over de vraag of Zelf een begin- en eind kent is het volgende op te merken: hoe komt het dat wij gewaar kunnen zijn van begin en einde? Dat kan alleen wanneer datgene wat dit gewaar is dat zelf niet is, noch een begin of einde bevat () dat laatste is wellicht onbegrijpelijk want het is logisch onmogelijk een begin of eind te bevatten… toch moet er opgemerkt worden dat Zelf begin en eind ‘ziet’ en dat ze dit zelf niet is of bevat (daar gaan we weer) Zie hier dus dat het denken en de taal hier tegen een logische onmogelijkheid en een einde aan begripsvermogen aan loopt.

Dit komt doordat denken en taal dualistisch van aard zijn en niet over dualiteit heen kan kijken (begin en einde zijn feitelijk transcendente begrippen)

Terug naar de stellingen: Zelf blijkt dus als begrip te duiden naar ‘iets’ wat niet te objectiveren is. Aangezien Zelf on-objectiveerbaar is, kan ze geen begin en eind hebben.

Hoe zit het dan met het opkomen van zelf-bewustzijn en de identiteit? Als eerste moet opgemerkt worden dat zelf-bewustzijn en identiteit identiek zijn; het zijn twee woorden voor een zelfde begrip, en precies daar gaat het om: Zelf is een begrip wanneer ze geobjectiveerd word.

Nu kunnen we de vraag stellen: is dit geobjectiveerde Zelf het echte Zelf? NEEN! Want Zelf, zo hebben we al vastgesteld, is niet objectiveerbaar. Met andere woorden: het begrip Zelf is niet realiteit, ze is een soort vage kopie daarvan. Er kan hooguit gezegd worden dat het begrip Zelf verwijst naar het echte.

Wie ben ik dan? Als we als eerste vaststellen dat datgene wat ik ben dat is waar het begrip Zelf naar verwijst, kunnen we tot het inzicht komen dat IK dus niet dat denkbeeld is wat me uit het geheugen is aangeboden!

Het gehele verhaal wie ik zou zijn als: die en die geboren; daar en daar is dus irreëel. Maar hoe kan het dan dat ik denk dat ik dat alles (uit het denken en geheugen) ben? Kan het dan niet zo zijn dat Zelf haar hier-zijn heeft verward met de bedachte identiteit?

Indien dat het geval is (wat logisch gezien onweerlegbaar lijkt) blijk ik dus iets onvoorstelbaars te zijn, we kunnen dan niet eens meer over iets spreken.

Dus het verhaal over de eicel en zaadcel die bij elkaar kwamen en waaruit het lichaam is ontstaan is daarmee een aangenomen verhaal (wat het niet minder reeel maakt in ons alledaagse realiteitsbesef, het lichaam en de wereld zijn voorstellingen in MIJ welke we klaarblijkelijk kunnen onderzoeken en er mee spelen enz.). Met die onthutsende conclusie ontstaat ook het besef dat de ouders van dat lichaam puur en alleen werkzame entiteiten zijn geweest die een nieuwe entiteit in het leven hebben geroepen. Deze cirkelgang is al sinds het ontstaan van de eerste levende wezens aan de gang.

De onvoorstelbare realiteit is dat IK mijn Zelf gewaar ben dankzij de gewaarwording van het lichaam waarmee ik klaarblijkelijk een connectie heb maar dat het komen en gaan van het lichaam niet op mijn Zelf van toepassing is!!!

IK ben dus niet van mijn lichaam, noch elk denkbare of beleefbare object welke zich in bewustzijn voordoet. Het is dankzij de gewaarwording en mijn vermogen zich daarmee te vereenzelvigen dat ik me gedraag en voordoe als dit lichaam met die eigenschappen. Zonder deze manifestatie zou het hele spel wat wij leven noemen niet bestaan, dus bestaan is lichamelijk geïdentificeerd spel wat zichzelf doet (want ik ben geen object en daarmee geen doener-, denker, bezitter, genieter enz.) IK ben de getuige van dit alles en dit alles zou er zonder mij gewoonweg niet zijn.

Het gezegde: “ik ben IN de wereld, maar niet VAN de wereld” is de spijker op zijn kop en zegt het precies.

Dit word ook door de Bhagavad Gita verwoord als volgd:

Wat als de nacht lijkt voor anderen, is voor degene die zelfbeheersing kent een vorm van ontwaken; en wat de wereld dag noemt, is voor de wijze die het Zelf kent, de nacht der onwetendheid

In het Engels word dit verwarren op devolgende manier mooi verwoord: ‘we got it all backwards’ we hebben ons bestaan precies omgekeerd als waar aangenomen; wij zijn dus niet de persoon of het fragment welke op eigen houtje de doener, denker enz is, maar wij zijn dat geheel wat onscheidbaar zichzelf gewaar is als schijnbaar fragment.

IK ben niet van Mij, maar IK ben Dat.

@Bas

img_0362.jpg

Is geluk maakbaar?

Om een antwoord op die vraag te geven is het van belang eerst een paar definities en verklaring te geven omtrent de gebruikte woorden. Als eerste geluk: wat is geluk eigenlijk? wij mensen hebben allemaal wel een bepaald idee over dit begrip en waar het naar wijst. Een dergelijk begrip ontstaat bij het samen gaan van een ervaring en een verwijzing van dat waar naar het woord geluk verwijst. Wat betekent geluk dan voor vele mensen? Als ik naar mezelf kijk komt het volgende in me op: Ik voel geluk op momenten dat iets prettigs geschied, wanneer er iets lukt, wanneer ik gewoonweg even zonder gedachten ben of op een moment dat ik iets binnen mijn bereik krijg wat ik graag wilde hebben of ervaren. Zie dus dat het voor mij in de basis een gevoelsmatig gebeuren is. in Wikipedia wordt geluk als volgt beschreven:

“Geluk (of gelukkig zijn) kan worden omschreven als het tevreden zijn met de huidige levensomstandigheden. Hierbij kunnen er verschillende positieve emoties aanwezig zijn, zoals vreugde, vredigheid, ontspannenheid en vrolijkheid. Gelukkig zijn is het tegengestelde van ongelukkig zijn, wat bestaat uit een gevoel van ontevredenheid en vaak samengaat met depressie, overspannenheid, woede of verdriet”

Dus ook in Wikipedia word geluk grotendeels gelijk gesteld met een emotie wat in wezen een toestand is waarbij een prettig ervaring optreed. Kan er dan worden gezegd dat geluk emotie is? Welnee want zoals mijn eigen als ook het Wikipedia voorbeeld al aangeeft is geluk een soort container object van een verzameling emoties en niet elke emotie kan worden gekenschetst als geluk gevend. Alvorens we inzoomen op de term maakbaarheid zullen we de emotie even aan een kleinschalig onderzoek onderwerpen zodat we bij de analyse van geluk allemaal over dezelfde zaken en randvoorwaarden spreken.

In diezelfde Wikipedia is emotie als volgt omschreven:

“Een emotie wordt vaak omschreven als een innerlijke beleving of gevoel van bijvoorbeeld vreugde, angst, boosheid, verdriet dat door een bepaalde situatie wordt opgeroepen of spontaan kan optreden. Emoties zijn subjectieve gevoelens, en gaan samen met lichamelijke reacties en gezichtsuitdrukkingen en gedrag.

In biologische zin kan men een emotie ook definiëren als een reactie van onze hersenen op een affectieve prikkel.”

Uit deze definitie is op te maken dat emoties een reactie zijn op een prikkel of een situatie (of beide), het mag uit ervaring duidelijk zijn dat emoties niet optreden in dode lichamen dus het heeft alles te maken met leven. Uit eigen ervaring weet ik dat een emotie een geautomatiseerde reactievorm is op een prikkel of situatie (die in zichzelf ook weer een prikkel vormt) met andere woorden: een emotie is niet een lichamelijke activiteit welke in het bewustzijn is opgewekt maar is een waarneming van een actie binnenin mijn eigen ervaringsveld (met ervaringsveld duid ik alle gewaarwording aan  waarvan ik me direct bewust ben). In mijn optiek is daarmee een emotie niet iets vrijwilligs (dit woord alleen al staat bol van diverse filosofische interpretaties en bespiegelingen !?) maar is het gewoonweg een situatie binnen het bewustzijn en het zien van de ‘reactievorm’ van het lichaam waarvan ik in de normale omgangstaal zeg dat het ‘mijn lichaam’ is.

Daarmee is emotie wat mij betreft behandeld maar is daarmee ook geluk als zodanig behandeld? zoals we al hadden geconstateerd is geluk niet gelijk aan emotie maar wat is geluk dan wel? wanneer we daarop inzoomen blijkt geluk een situationele ervaring te zijn welke als prettig wordt ervaren. Wie of wat ervaart? deze Advaitische vraag heb ik al in diverse blogs aangestipt en ik verwijs er even hier naar: blog1,blog2,blog3

Uit al deze blogs merk ik op dat er niet zoiets als een ervaarder oftewel een ik, ego of persoon bestaat. Met andere woorden: er is geen wie die losstaat van een ervaring en het ‘ik’ wat die ervaring lijkt te hebben is denkbeeldig want het is er wanneer de aandacht er op gericht is en het is niet meer wanneer de aandacht zich verschuift naar bijvoorbeeld ‘geluk’

Wanneer de conclusie word getrokken dat er geen werkelijk (als zijnde objectief) ik bestaat (en daarmee alle ideeën over een ego en persoon dus denkbeelden zijn) wordt daarmee ook duidelijk dat de term ‘maakbaarheid’ hooguit kan wijzen naar het situationele aspect van geluk. Voor de duidelijkheid: er is geen persoon of ‘ik’, er is alleen een situatie oftewel NU en daarin verschijnt de wereld en de objecten inclusief het lichaam en alle aspecten welke daaraan lijken te zijn verbonden zoals de waarneming, gedachten en gevoelens. (Ga maar zelf na, als je durft)

Dus maakbaarheid is een idee net als alle andere ideeën die opkomen, even daar zijn en dan weer verdwijnen.

Nu zal u afvragen: maar ik ben hier toch en doe, ik maak keuzes en ben me er bewust van! Dat is inderdaad uw ervaring en ik kan hier niet uitvoerig op ingaan dus stel ik hierbij de vraag: wie ervaart dat alles en waaruit bestaat die ervaring? en wees alsjeblieft niet snel tevreden met antwoorden die opkomen maar doe jezelf een lol en onderzoek ze rigoureus, wil je echt weten hoe het zit of wil je alleen maar een geruststelling krijgen dat alles gewoon is zoals je denk dat het is? die keuze is aan jou. Wil je meer lezen over de denker, doener of wil, zie dan deze blog, deze blog en deze blog

@Bas

img_0320

Je onveranderlijke staat van zijn, dat liefde is

Ik wil het hebben over iets…
Iets, dat geen begin, of einde kent.
Iets, dat geen verleden, of toekomst kent.
Iets, dat geen eerste oorzaak, of gevolgen heeft.
Iets wat geen voor, of na kent.
Iets wat niet komt, of gaat.
Iets wat niet verschijnt, of verdwijnt.
Iets wat ongeboren is en niet sterft.
Iets dat was, is en zijn zal.
Iets, wanneer je, jezelf de vraag stelt wie ben ik? In het onmiddellijke zien in het hier en nu, dat er iets is dat niet verandert, zich niet ontwikkelt, of evolueert, iets dat niet ouder wordt.
Onnoembaar, onbeschrijfelijk, zo ongekend daar zijn geen woorden voor.
Ik noem dat principe in alles God, of liefde.
Wat liefde is kan niet worden onderwezen, of geleerd want er is geen tijd geweest dat je het niet kende.
Waar over ik spreek is altijd al het geval geweest.
Jij bent nog nooit niet, niet jezelf geweest.
Stel jezelf de vraag wat is aldoor aanwezig in alles? Of je nu waakt, droomt, of je bevind je in de droomloze slaap, of je nu denkt, of niet denkt.
Het bewustzijn van de aanwezigheid van liefde is innerlijke vrede
Voor de vrede, die je bent wat een teken van liefde is, is er nog nooit iets gebeurt.
Het leven gaat over geluk dat voortkomt uit vrede en dankbaarheid dat voortkomt uit geluk. Zo danst en zingt God’s hart.
Het wereldtoneel, is als een film dat zich afspeelt op een filmdoek.
Jij bent als het filmdoek, dat onbeschadigd blijft, welke film zich er ook op afspeelt.
Je gedachten, de ondertiteling.
Wat je dacht dat gebeurde is nooit werkelijk gebeurt.
Bevrijd de wereld van al wat je haar hebt toebedacht.
Wees voor het benoemen van de dingen en alles is één.
God, die alles is, heeft nooit wat gedaan, in die zin ben je onschuld en kun je het niet fout doen.
God, die alles is, is niet de doener van het gedane, in die zin is er nooit wat gebeurt en is er geen sprake van ervaring.
God, die alles is oefent geen invloed uit, alles is zoals het zijn moet.
Het idee geboren te zijn in een lichaam heeft geen betekenis, niet eenmaal, of meerdere malen.
Want de ik-gedachte verwijst naar de grenzeloosheid, die ik ben. Mijn grenzeloosheid maakt me vormloos en mijn vormloosheid maakt me alomtegenwoordig, dat betekent dat ik overal ben.
In het grenzeloze ontdek je dat, de ander jij bent en jij de ander bent, er een zelf is, er geen ander is.
Jij bent liefde, er is alleen maar jij.
We delen het ene zelf dat liefde is, als een grote familie.
Ongeboren, nu, onveranderlijk, grenzeloos, onnoembaar en onaanwijsbaar, geen andere jij dan jij, zijn woorden, die verwijzen naar wie jij werkelijk bent
Hier lijkt alles vergankelijk maar wat onveranderlijk is, is eeuwig en wat eeuwig is herinnert ons aan een onzichtbare wereld.
Werkelijk zien is dat je beseft dat je al het zichtbare en onzichtbare bent. Dat is kijken met de ogen van de hemel.
God, die alles is, gaat nergens heen, beweegt zich niet voort, in die zin ben je de hemel. De hemel is geen plaats, of toestand maar een gewaarzijn van volmaakte eenheid en het besef dat daar niets anders is, niet daar buiten, of daar binnen.
Jij bent vrijheid, vrijheid betekent nergens aan gebonden zijn, het geheel dat je bent zit nergens aan vast.
Jij bent gezondheid want jij bent vrede en gezondheid is innerlijke vrede.
Ik kan niet genezen, of ziek maken. Wie de diepte van deze woorden begrijpt is zich bewust van zijn heelheid en volmaaktheid. Het geheel is heel en volmaakt en jij bent het geheel, dat is samenvallen met alles.
Jij bent perfectie, te allen tijde, overal veilig!
Jij bent de vogels in de lucht, de vissen in het water, de lucht en het water zelf, de bomen, planten dieren, de zon de maan de sterren, de dingen, de stoel, de tafel, al het zichtbare en onzichtbare.
We kunnen met een telescoop het universum inkijken, de oneindigheid in. We kunnen met een microscoop het lichaam inkijken, de oneindigheid in. We geven aan alles betekenis, zon, maan, sterren en planeten, gen, chromosoom en D.N.A. maar wie aan alles betekenis heeft gegeven en ieder woord vervangen heeft met God, of liefde is alwetend. Voor diegene is alles hetzelfde.
Het antwoord op de vraag wie ben ik is het antwoord op al onze vragen want wie zichzelf kent, kent de liefde en wie de liefde kent weet alles..
Liefde is een mysterie, alles wat voortkomt uit liefde een wonder, alles is liefde dus alles is ook een wonder, jij bent liefde, jij bent een wonder, het leven is een cursus in wonderen.
Waar over ik het heb gaat over het wakker worden in het nu, het grenzeloze en onveranderlijke, thuiskomen bij jezelf, terug van nooit weggeweest in dat wat altijd al het geval is geweest.
Ik geef je niets te doen, je kunt jezelf niet kwijtraken, er is geen weg naar jezelf toe, of er van af, er valt niets te bereiken, of ergens van af te komen, er zijn geen obstakels op de weg, je hoeft alleen maar te zijn dat is meer dan genoeg.
Al je inspanningen zijn nutteloos, geen inzicht, of daad gaat jou dichter bij jezelf brengen, je hoeft niets te doen, of te begrijpen.
De definitie van zijn is, je bent nog nooit ergens geweest, je hebt jou plek nooit verlaten, toch ben je overal aanwezig.
Liefde is dat ‘iets’ waar alles uit bestaat, in die zin is alles hetzelfde in zichzelf en verandert niet.
Weet dat iedere keer dat jij een broeder, of zuster ontmoet, het zelf met zichzelf communiceert, God met God communiceert, de liefde met liefde communiceert! Met als uiteindelijk doel, commune.
Daar van is dan ook de reden dat mijn wereldvredesmissie een wereld vrij van grenzen, alles gratis voor iedereen en alle gevangenen vrij om samen het leven te vieren, is!
Dit ter bevestiging van de eenheid, die we met elkaar vormen.
De kern van spiritualiteit is zelfkennis. Jij bent aldoor dezelfde, dat is in aanraking komen met jezelf en het einde van illusies.
Zelfs de illusie is een illusie, in die zin is alles werkelijk.
Alleen de werkelijkheid is waar en de werkelijkheid is liefde, er is alleen het ware zelf.

@Maitreya

butterfly-1127666_640

De multidimensionale mens

Denken kan zich alleen richten tot objecten. Er kan dus nooit een gerichtheid zijn op een niet-object. Dat is logisch gezien onmogelijk. Dit betekent dat elke gedachte ook weer een object is in het bewustzijn. Het bewustzijn is de ingrond van dit alles. Door deze conclusie is het daarmee ook direct duidelijk dat bewustzijn geen object kan zijn, oftewel bewustzijn is non duaal want dualiteit bestaat als gevolg van objecten. Wanneer bewustzijn non duaal is betekent dit ook dat bewustzijn niet gebonden is aan tijd of ruimte.

Aangezien gedachten objecten in het bewustzijn zijn kan denken zich niet op zichzelf richten. Alleen in het bewustzijn kan er worden waargenomen dat er gedachten zijn. Het is dus irreëel te denken dat het denken zichzelf kan begrijpen. Alleen binnen bewustzijn kunnen gedachten worden waargenomen en daardoor kan ‘het’ zich bewust zijn van zichzelf.

Een gedachte kent 2 vormen van gerichtheid:

• Een gedachte welke voortkomt of ontspruit aan de waarneming, bijvoorbeeld de gedachte dat een bal rond is naar aanleiding van het zien van een bal. de gerichtheid is hierbij op objecten

• Een gedachte welke zich richt op het denkproces zelf, hiermee word bedoeld dat er denken over bijvoorbeeld een gedachte is. Als voorbeeld kan je een gedachte hebben: ‘dit ben ik’ het denken wat hierop volgt in de trant van ‘wie is die ik uit deze gedachte’ is een soort meta-gedachte over de voorgaande gedachte. deze vorm van denken houd zich dus niet met de inhoud van het denken bezig maar met de vorm.

Van de 2 benoemde vormen van gerichtheid van denken kan van de eerste gesteld worden dat dit de ‘eerste afsplitsing’ is van een reeel object. De wetenschappelijke of filosofische vraag die hier gesteld kan worden is die naar de mate waarin deze gedachte realiteitswaarde heeft, oftewel hoe goed lijkt de gedachte op het origineel. Uiteraard kan hier de kritische vraag worden gesteld of realiteitswaarde uberhaupt wel bepaald kan worden aangezien wij met het menselijk waarnemings apparaat altijd met ‘een menselijke blik’ naar de wereld kijken. met andere woorden: het object ‘an sich’ kan nooit gekent worden door de mens (hierbij refereer ik aan het werk van Immanuel Kant voor de filosofische onderbouwing)

De tweede vorm van gerichtheid is altijd een tweede of n-de afspliting van de eerste afspliting oftewel gedachte. Aangezien deze ideeen altijd hun oorsprong hebben in de mentale ruimte kan er over hun realiteitsgehalte geen uitspraak gedaan worden. Ongeacht of de eerste afsplitsing reëel is of niet kan er over verdere afsplitsingen niet gezegd worden of ze dit wel of niet zijn op basis van het feit dat het een gedachte over een gedachte is. Waar hier naar verwezen word is het feit dat het menselijke denken geen referenties kent voor de denkprocessen zelf.

Over de vraag naar de oorsprong van gedachten kan gefilosofeerd of gefantaseerd worden maar dat zal geen realiteitswaarde bezitten aangezien dit alles geschied in een andere dimensie dan die waarin het menselijk lichaam zich bevind. Hoe weten wij dat? Simpelweg doordat zuiver denken zich niet manifesteert in de fysieke dimensie. (Er wordt hierbij verondersteld dat de fysieke verschijningsvorm de realiteit vertegenwoordigd.

Deze uiteenzetting verondersteld meerdere dimensies waarin de kennendheid (dat wat zichzelf gewaar is) opereert en dat betekent dat de kennendheid dus een multi-dimensionaal wezen is.

De consequenties voor de acceptatie van deze conclusie zijn verstrekkend want het betekent ondermeer dat de mens nu zich rekenschap moet gaan geven van zaken die niet fysiek gemanifesteerd zijn. Voorbeelden zijn Parapsychologie, astrologie enz.

De wetenschap een multidimensionaal wezen te zijn houd een revolutie in op het intermenselijk vlak, wetenschap sociaal- en cultureel vlak enz.

We gaan een spannende tijd tegemoet

@Bas

img_2693

Non-Duale Therapie

“Wanneer iemand zegt dat bewustzijn nooit zonder object wordt ervaren, spreekt hij vanuit een oppervlakkig standpunt. Als je hem vraagt ‘ben je een bewust wezen?’ antwoordt hij spontaan met ‘ja’. Dit antwoord komt op uit zijn diepste wezen. Hiermee verwijst hij op geen enkele manier naar iets dat een object is van bewustzijn. Dit toont aan dat het bewustzijn waar hij over spreekt objectloos Bewustzijn is.”
Atmananda Upanishad, Shri Krishna Menon

In bovenstaande tekst, komende vanuit een traditie van filosofische geschriften uit het oude India die teruggaan tot de achtste eeuw voor Christus, wordt gesproken over het wel minst onderzochte en meest ongrijpbare thema in de wetenschap: bewustzijn. En dat terwijl er van uitgegaan kan worden dat enkel en alleen het bestaan van bewustzijn het bestuderen van de menselijke geest en zijn gedrag mogelijk maakt. In de psychiatrie en psychologie zijn de beginpunten van onderzoek en therapie veelal de werking van het menselijk brein, de verstandelijke en cognitieve vermogens, en de mate van afwijking van gedrag ten opzichte van een gewenste norm. Over thema’s als bewustzijn, gewaarzijn en identificatie wordt wel gesproken, maar meestal vanuit een nihilistisch oogpunt. De aanwezigheid van bewustzijn wordt veelal wel erkend, maar vanuit therapeutisch oogpunt zelden een onderwerp van nader onderzoek. Empirische aantoonbaarheid en analytische meetbaarheid lijken te strenge voorwaarden. Bewustzijn, het gevoel van verificatie van existentie, lijkt een vaststaande, oninteressante, en veelal genegeerde basisaanname in de wereld van de gedrags- en neurowetenschappen. Er wordt in bovenstaand fragment uit de Atmananda Upanishad gesproken over ‘objectloos bewustzijn’, wat suggereert dat bewustzijn niet afhankelijk is van de inhoud die zich er aan toont. De aanwezigheid van een altijd aanwezige ‘getuige’ wordt verondersteld. In dit artikel wil ik uit eigen ervaring, research en training beschrijven hoe onderzoek naar, en aandacht op bewustzijn naast filosofische (flitsen van) inzichten ook onverwachte therapeutische waarden kan bieden op onder andere het gebied van gemoedsrust, levensvragen en zingeving. Het blijkt voor gesprekspartners mogelijk om tijdens sessies dieper in contact te komen met de existentiële aspecten van hun leven waardoor een gevoel van herkenning en rust ontstaat, en dat er een zekere afstand genomen kan worden van de dagelijkse beslommeringen die de hoofdoorzaak vormen van hun ervaring van ellende. Eenmaal bezien vanuit een nieuw standpunt, een “non-duaal perspectief”, is het mogelijk om als het ware vanuit een nieuw paradigma onze levenssituaties te beschouwen, vernieuwende inzichten te verkrijgen over onze persoonlijkheid, en stapsgewijs afstand te nemen van oude vastgeroeste strategieën, basisaannames en conditioneringen. Het is dus geen werkwijze die een oplossing voor de praktische problemen en uitdagingen van het alledaagse leven beoogd, maar die wel de relevantie ervan kan verminderen, wat rust en acceptatie brengt. Dan kan een bereidheid groeien tot het verder verkennen van nieuwe mogelijkheden en zienswijzen. Het is voor velen een benadering gebleken die zich kenmerkt door een opvallende eenvoud en schoonheid, en die ook snel vruchten af kan geven.

Upanishads.
De voornaamste gedachtengang van deze oude filosofische geschriften, de Upanishads, is dat gedachten, zintuiglijke waarnemingen en vitale activiteiten niet het geheel vormen van ons leven, niet de meester-kenmerken zijn, niet het ultieme niveau van ons bestaan vormen. Er wordt beweerd dat deze functies slechts de gevolgen zijn van iets veel subtielers en fundamentelers. Wolter A. Keers, die zich midden vorige eeuw diepgaand bezig hield met deze materie, en die naast lezingen geven en boeken schrijven ook diverse van deze oude teksten heeft vertaald naar het Nederlands, spreekt over de psyche als zijnde een ‘stoflaag’ op ons bewustzijn. Deze bewering klinkt wellicht als een soort nietigverklaring van alle wetenschappen die zich met ons gedrag en cognitie bezighouden, maar niet in een respectloze wijze. Het is eerder een uitnodiging om ons onderzoeksterrein uit te breiden naar de meest fundamentele aspecten van ons bestaan: ons bewustzijn, ons gevoel van “zelf”, en de psyche als gevolg hiervan te bezien.

Advaita Vedanta.
Een stroming die zich uit de filosofie van de Upanishads ontwikkeld heeft is Advaita Vedanta. Op dit moment zijn er in ons land diverse leraren, therapeuten en professionals die zich in meer of mindere mate bezighouden met facetten uit deze vorm van wijsbegeerte en deze ook verweven in hun activiteiten. Ook is het de voornaamste bron van de diverse moderne benaderingen van non-dualiteit, waarin tegenwoordig een groeiend aantal mensen een aantrekkingskracht voelt. Advaita is Sanskriet voor “niet-twee” (a = niet, dvaita = twee), en Vedanta verwijst naar het einde van de Veda’s (de Veda’s zijn de bron van de Upanishads en vormen daarmee de oudste geschriften van de mensheid, anta = einde). Veda is ook een verwijzing naar kennis, weten. Dus kan Vedanta ook vertaald worden met: het einde van het weten. Met andere woorden, in deze filosofie wordt naast de realisatie van eenheid verhandeld over het maximaal menselijk ‘weetbare’, de ultieme kennis. Het verkrijgen van deze ultieme kennis, deze zelfrealisatie, door zelfonderzoek is door de eeuwen heen het voornaamste doel geweest van de scholen die hierin onderrichtten. Er wordt echter zelden ingegaan op het verbeteren van persoonlijke omstandigheden. Het doel van dit schrijven is, voortkomend uit eigen ervaringen, om een wezenlijke wereldse waarde tentoon te stellen van deze vorm van zelfonderzoek als aanvulling op gangbare begeleiding en therapie.

Crisis.
Een crisis die mijn wereldbeeld liet kantelen was het scenario waarin ik voor het eerst diepgaand kennis maakte met zelfonderzoek in de traditie van Advaita Vedanta. Het echte veldwerk kon echter pas beginnen na een heftige periode waarin fysieke en psychische symptomen geen nuchter onderzoek mogelijk maakten. Pas na enige tijd begon de interesse in deze filosofie te transformeren in een diepgaand respect en vertrouwen, waardoor ik mij vol passie steeds verder ging verdiepen in praktische toepassingen van deze technieken van zelfonderzoek. Ook maakte ik kennis met diverse hedendaagse schrijvers, leraren en begeleiders op het gebied van Advaita Vedanta en non-dualiteit, nam ik deel aan sessies, trainingen en opleidingen in binnen- en buitenland, begon een intensieve dagelijkse zelfstudie en legde de eerste steen van een documentatie van mijn ervaringen, inzichten en theorieën. Parallel hieraan waren er ook vele gesprekssessies met mensen die interesse toonden of die een hulpvraag hadden op existentieel, spiritueel of persoonlijk vlak. Deze sessies bleken van onschatbare waarde om meer inzichten en deskundigheid te verkrijgen in de praktische toepassingen van deze benadering. Uiteindelijk waren al die ervaringen een motivatie om er een eigen vorm van aanpak uit te destilleren, gebaseerd op menselijke kern-eigenschappen als begrip, inzicht en onderscheidingsvermogen.

Identificatie.
Een kernaspect waarmee gewerkt kan worden in deze benadering is identificatie. Dit kan gedefinieerd worden als de vereenzelviging van bepaalde omstandigheden, waar men naar verwijst door het gebruik van het woordje “ik”. Dit is ook gelijk een van de grootste uitdagingen van bespreekbaarheid, want het “ik” lijkt een vaststaand feit, een stabiele en onaantastbare vanzelfsprekendheid. Het is het “ik” dat voelbaar het sterkst aanwezig is als men zich bedreigd of beperkt voelt in privacy, tijdens conflicten met anderen, of tijdens andere intensieve gebeurtenissen. Het is het ultieme uitgangspunt, iets waaraan op een automatische wijze niet getwijfeld wordt. Het is datgene, de entiteit, waarheen verwezen wordt als men zich afvraagt “waarom moet mij dat nu weer gebeuren?”, maar tegelijkertijd ook diegene die zich dat afvraagt! Als aan bewustzijn al een primaire eigenschap kan toegewezen worden, dan is dat de drijfveer tot identificatie, de drang tot individualisering, om de onderscheiding te bepalen tussen “ik” en “niet ik”. Het is belangrijk om te onderkennen dat deze identificatie-drang de oorzaak is van de ervaring van individualiteit, en later van de idee van “persoonlijkheid”. Het woord “individualiteit” is vanuit een bepaald opzicht al een verdachte paradoxale verwijzing; het combineert “indivi”, wat een verwijzing naar “indivisibilitate” (ondeelbaarheid) impliceert, en “dualiteit”. Een ondeelbare tweevoud dus, die in algemeen taalgebruik verwijst naar één concept: de persoon. Met alle gevolgen van dien.

Ego.
Eén van die gevolgen van identificatie met de persoon is de ontwikkeling van het ego. Identificatie met het ego als zijnde het geheel van gedachten, gevoelens en beperkende zelfbeelden, is verreweg de grootste oorzaak van alle menselijke ellende. Het doel van de non-duale aanpak is om stapsgewijs deze identificatie te doorzien en een zelfgevoel mogelijk te maken dat niet intrinsiek verbonden is met louter fysieke, persoonlijke en materiële omstandigheden. Van hieruit kan op een nieuwe en meer objectieve manier gekeken worden naar wat het ego eigenlijk is. De eerste uitnodiging hierbij is om als het ware een stapje achteruit te maken en vanuit een zachte neutraliteit naar ons leven, wereldbeeld en ervaring van werkelijkheid te kijken. Alleen al door het maken van dit gevisualiseerde stapje achteruit kan de impact van persoonlijke omstandigheden heroverwogen worden.

Inzicht.
In de gangbare psychotherapie is het een normale gang van zaken om oorzaken van huidig gedrag te zoeken in bepaalde gebeurtenissen uit het verleden, en om daarna vanuit deze ontdekkingen een strategie te maken voor verdere begeleiding. In de non-duale aanpak blijkt echter dat enkel en alleen inzicht in, en begrip van de huidige situatie al voldoende kan zijn om succes te boeken. Opvolgende strategieën, stappenplannen of disciplines zijn hierbij geen vereiste. Hierbij wordt dus niet zozeer gezocht naar oorzaken in het verleden, maar veel meer in hoe geconditioneerde gedachten, de bron van alle verstoringen in de gemoedsrust, ontstaan vanuit gewoontes, gevoelens, en onwetendheid. Omdat het niet zo belangrijk is wat precies de chronologische oorzaken zijn van die verstoringen vervalt de noodzaak om een compleet en gedetailleerd levensverhaal op te stellen, wat al een initiële opluchting bij de cliënt kan teweeg brengen. Het verleden kan later in het proces wel ter sprake komen om basisaannames en strategieën te herkennen en te herwaarderen. De mogelijke realisatie dat alle strategieën tot nu toe geen positief resultaat hadden, niet de gewenste gemoedsrust hebben gebracht, creëert een openheid en beschikbaarheid om te gaan experimenteren met nieuwe zienswijzen en mogelijkheden. In sessies wordt de cliënt begeleid naar een stapsgewijze verkrijging van inzicht in de werking van zijn eigen psyche, en wordt uitgenodigd om in ‘real time’ contact te maken met de diepere bronnen van zijn lijden en zelfbesef.

Werkwijze.
Het is de taak van de begeleider om in eerste instantie het niveau van bewustzijn en identificatie van de gesprekspartner in te schatten, de mate van vereenzelviging met gedachtepatronen, gevoelens en fysieke objecten. Ook is het belangrijk om de initiële motivatie nader te onderzoeken; is er sprake van een gevoel van noodzaak, een diep verlangen naar gemoedsrust, een gevoel van zinloosheid, een existentiële crisis? Of is het onderwerp van de hulpvraag meer gericht op alledaagse praktische omstandigheden? Afhankelijk hiervan kan in de beginfase van een begeleiding ook gekozen worden voor meer gangbare ontspanningstechnieken en oefeningen, of om een bepaalde vorm van meditatie te introduceren die een onrustige of chaotische gedachtenstroom kalmeert. Door in eerste instantie de ellende of het gevoel van onbehagen van de cliënt te bevestigen, te resoneren met het verhaal, ontstaat een sfeer van wederzijds vertrouwen, een sfeer waarin geen sprake is van autoritaire of hiërarchische verhoudingen, vanuit deze vriendschappelijkheid kan stapje voor stapje meer diepgang en zelfonderzoek geïntroduceerd worden.

Zingeving.
In deze tijd zitten veel mensen met existentiële vragen op het gebied van zingeving. Vragen als “wat is het doel van mijn leven?”, “hoe vind ik echt geluk?” en “wie of wat ben ik?”. Huisartsen berichten dat steeds meer mensen met deze vragen op het spreekuur verschijnen, de klachten zijn dan vaak een gevoel van leegte, doel- en zinloosheid, hopeloosheid en een verlangen naar meer zingeving en gemoedsrust, met vaak ook fysieke vermoeidheidsklachten als gevolg. Er kan ook sprake zijn van een “spirituele crisis”, waarin alle overtuigingen en geloof plots zijn weggevallen. Het gevoel van leegte dat ontstaat wordt dan de bron van een verlangen naar een ultieme spirituele opluchting, dit verlangen kan vaak als een hoge nood ervaren worden. Psychiater Stanislav Grof beschrijft in zijn boek “Spiritual Emergency, when personal transformation becomes a crisis” de soms heftige gevolgen van een dergelijke crisis, en hoe mensen in een dergelijke situatie vaak onterechte diagnoses worden toebedeeld, en behandelingen krijgen die niet passen bij de werkelijke situatie. Omdat de huisarts er veelal geen raad mee weet, wordt men naar het eerstvolgende loket gestuurd: de GGZ. Maar ook daar is men veelal niet in staat om deze mensen doelmatig te begeleiden. Een diagnose blijkt moeilijk te stellen. Misschien dat bij heftige emoties of paniek een emotie-regulatie-stoornis kan worden gediagnosticeerd. Of, als het overheersende thema’s worden in iemands leven, kan een vorm van derealisatie worden ingeschat, waardoor een behandeling met gangbare technieken of medicijnen wordt aangeboden. De effectiviteit hiervan is in deze gevallen twijfelachtig te verwachten. Een non-duale therapeut of zingevingscoach kan hier wellicht inspringen. Er kan voldaan worden aan de eerste behoefte van de hulpvrager: een gesprek waarin alle thema’s bespreekbaar zijn die te maken hebben met zingeving, niet-materiële verlangens, spirituele zoektochten en zelfrealisatie. Vroeger kon men bij de dominee of pastoor terecht met existentiële kwesties, maar deze mogelijkheid wordt door steeds minder mensen aanvaard. Zingeving staat bovenaan op de piramide van Maslow, nog boven de behoefte aan sociaal contact en erkenning en waardering. Omdat het hier empirisch getoetste menselijke basisbehoeften betreft lijkt het van het grootste belang om ook zingeving daadwerkelijk als zodanig te beschouwen, en niet als louter een interesse, hobby, of “leuk om erbij te hebben”. Om de piramide compleet te maken is intensieve aandacht op zingeving onontbeerlijk, dit dient mijns inziens met de grootst mogelijke serieusheid beschouwd te worden.

“ Wat we uiteindelijk willen weten, is hoe we de bron kunnen aanboren. En eigenlijk is er maar één vraag overgebleven. Na honderden vragen te hebben geëlimineerd, na honderden antwoorden te hebben gewogen en weer te hebben verworpen, blijft er tenslotte één vraag over en die vraag, die op allerlei manieren gesteld kan worden, is: ‘Wat ben ik?’ ”
Wolter A. Keers, “Vrij Zijn”

@Ronald Jonker

zingeving

Eigenaardig of normaal?

Eigenaardig of normaal?

…dat niets ietsen bevat en andersom….

…dat we iets zullen en moeten worden…

…dat we denken dat iedere oorzaak een gevolg kent en andersom…

… dat we denken zeker te weten dat passie en volharding tot succes leidt….

…dat we denken dat we met de toenemende populatie van narcisten moeten leren omgaan want anders…..

…dat we dienen te leven vanuit een missie omdat we anders houvast, richting, betekenis e.d. missen in ons leven , erger nog dat we denken dat leven dan geen leven is….

…dat we bewustzijn hebben bedacht als begrip terwijl we ook wel weten dat bewust loos zijn er niets en tegelijkertijd heel veel mee te maken heeft, ja wellicht wel de werkelijke betekenis van zijn zou kunnen zijn….

…dat niet weten niet beter is dan weten en dat beide nergens toe leiden en dat dat helemaal niets uit maakt ……

….dat er geen zekerheden zijn en dat geloven dan alleen nog helpt en dat we dan meteen dat geloven als nieuwe zekerheid benoemen, en dan hebben we het nog niet over hoop en vertrouwen….

…dat ik zwarte onderbroeken koop zodat ik ze lekker lang kan dragen (als je begrijpt wat ik bedoel) ….

…. dat ik mijn eigen haar zelf knip zodat ik zeker weet dat het dan echt goed zit….

… dat ik heel veel trekjes vertoon van een narcist en dat ik daar prima mee om kan gaan…..

… dat we allemaal heel veel trekjes vertonen van alle soorten van zijn in welke hoedanigheid dan ook…..

…dat een eigen aard hebben heel normaal is zeker als het wel aardig is om eigen te zijn….

…dat eigenaardig zijn misschien wel normaler is dan normaal zijn….

…dat normaal zijn, zijn is volgens de normen zoals al die anderen hebben bepaald, en dat dat pas eigenaardig is….

….dat eigenaardig zijn misschien wel heel aardig is ook voor anderen en naar anderen toe….

…dat bezig zijn met eigenaardig of normaal zijn of doen van zichzelf al eigenaardig en normaal is…

…dat alles wat we gewaar zijn echt en onecht is, ook datgene wat we zijn….

… dat nergens voor staan wel zo comfortabel en rustig is want dan hoef je ook niets weg te halen of af te breken of te doorbreken of tegen te vechten of…..

…dat je ook zonder ergens voor te staan of in te geloven je toch ook wel iets bereikt of realiseert…..

…..dat of je nu ergens voor staat of niet je onderweg toch wel verrast, overrompelt, overdondert, verbaasd zult zijn…. toch?

….dat ik al lang heb gezegd wat er gezegd wilde worden maar dat domweg niet geweten kan worden, door niemand of dat wat gezegd had willen worden al gezegd is….

…dat dat wat gezegd is uberhaupt wel gezegd is….

…dat dat wat nog gezegd gaat worden nog wel nodig is om gezegd te worden ondanks dat ik gewoon zeg wat er nu gezegd wordt, wat jij er ook over zeggen zou…..

….dat geldt overigens ook voor dat wat ik bedoelde te zeggen of dat wat ik zei dat ik bedoelde…..

…dus dat je nu niet denk dat wat ik zeg normaal is om te zeggen helemaal niet omdat je nu denkt dat de nieuwe normaal eigenaardig is en dus dat wat ik gezegd heb en nog ga zeggen juist aardig is omdat het zo eigen is…..

….eigen is dus niet de nieuwe normaal om zomaar te zeggen….

… en ‘zeg doe ’s normaa!’ al helemaal niet …

…en beide ontkennen zeker niet…..

….hmmmm….

het lijkt wel Much Ado About No-thing.

@Paul Ricken

human-276760_640.jpg

De schepper van alles wat is

De enige zekerheid die ik heb is te weten dat ik ben. Dit weten is boven alle twijfel verheven want het is geen denken maar een direct weten en een ervaren dat onmiddellijk helder en duidelijk is. Om dit punt te bekrachtigen moeten we eerst kijken naar de waarneming.

De vraag is: hoe werkt de menselijke waarneming? Deze is als volgt: elke waarneming is een onmiddellijk beeld of geluid in het gewaarzijn. Voor de volledigheid moet ik hier aan toevoegen dat dit ook geldt voor de reuk smaak en tastzin. Als we dit nu voor het gemak even gezamenlijk ‘beeld’ noemen praten we iets makkelijker met elkaar. Elk waargenomen beeld in het gewaarzijn vult het gehele blikveld van dit gewaarzijn en tegelijkertijd is er altijd maar één beeld in het gewaarzijn. Er kan dus eigenlijk niet gesproken worden van tegelijkertijd aangezien het een serieel verschijnen en verdwijnen van beelden is. Dit verschijnen en verdwijnen van beelden is altijd en direct in het heden of nu. Er bestaat geen verleden of toekomst, dat zijn louter denkbeelden.

Met het verschijnen en verdwijnen van deze beelden wordt in de geest met behulp van het geheugen een constructie gemaakt. Dit is het beeld zoals wij een waarneming hebben, zoals wij dus iets ervaren. Wanneer wij spreken over verleden of toekomst is dat altijd een beeld Nu. De clou van het verhaal is dat wij in het serieel opeenvolgen van beelden continuïteit projecteren die niet van het beeld een eigenschap is, maar een eigenschap is van het gewaar zijn zelf.

Wat er daadwerkelijk gebeurt is dat elk beeld gecreëerd-, en vrij snel daarop vernietigd wordt. De continuïteit die wij menen te aanschouwen is nogmaals dus niet die van het geziene object maar de continuïteit die ons Zelf is. De aanschouwde wereld blijkt dus een opeenvolging van beelden in de geest te zijn, wat niet weerlegt of betwijfelt dat er een onderliggende realiteit bestaat, maar deze realiteit is onkenbaar zoals Immanuel Kant dat bewezen heeft in zijn transcendentale filosofie. Dit geldt voor alle notities in het gewaar zijn wat dus ook betekent dat het inclusief het gewaar zijn van het lichaam omvat.

Dan rijst nu de uiterst belangrijke vraag: wie ben ik of wat ben ik? Als we vaststellen dat het gewaar zijn mijn enige houvast is, Kan er hooguit geconcludeerd worden dat ik iets ben wat niet te objectiveren is aangezien de wijze waarop ik mezelf gewaar ben in een opeenvolging van beelden opkomt welke word verondersteld afkomstig te zijn van de realiteit die onkenbaar is. De vraag mag gesteld worden: ben ik al die tijdelijke zintuiglijke objecten? Als we aan de definitie van de vedische filosofie vasthouden, kan dit zelf niet veranderlijk zijn aangezien dat een ander of veranderlijk object verondersteld en wanneer we spreken van objecten spreken we van waargenomen zaken afgezien van de vraag of objecten in wezen veranderlijk kunnen zijn (de filosofische vraag of een object statisch is of dat een object veranderlijk kan zijn verondersteld een wijze van kennen die zegt dat een object in wezen alleen door een serie van statische beelden die opeenvolgend snel worden getoond in tegenstelling tot het idee dat een veranderlijk object welke onmogelijk in haar wezenlijke veranderlijkheid gekend kan worden)

Aangezien alle waargenomen zaken, welke zich voordoen in het gewaar zijn, in wezen veranderlijk zijn (zelfs de diamant zal op een gegeven moment van vorm en structuur veranderen aangezien ze een materieel object is) Moet er vast gesteld worden dat dit dus niet realiteit kan zijn in die zin van het woord. Met onder woorden: Zelf kan nimmer veranderlijk zijn, Zelf moet per definitie altijd en immer Zelf zijn in onveranderlijke ‘vorm’ (zie hier de ontoereikendheid van de taal)

Met andere woorden, elke zintuiglijke notitie is een mentale constructie van iets wat zelf onkenbaar is, dit is al eerder vermeld maar toch is hier extra vermelding de moeite waard om te verduidelijken dat alle zintuiglijke gewaarwordingen een puur individuele aangelegenheid is In die zin dat hier met het woord individueel wordt bedoeld de unieke manier van interpreteren van de zintuiglijk waargenomen realiteit dankzij het lichaam wat voor ieder wezen uniek is. (Alexander Smit zei wel eens dat mensen zijn als gekleurd glas)

Wat geeft dus werkelijkheidswaarde aan de waarneming? Het antwoord is: IK! dit is de eeuwige en enige realiteit.

De moeilijkheid van deze notitie komt door het feit dat wij ons zelf als afgescheiden wezentje projecteren in een lichaam en om deze reden maar niet kunnen begrijpen of vatten dat wij in wezen niet alleen maar dit lichaampje zijn.

Hoe komt het dat ik een zin als deze hier kan neerzetten en beweren dat dit waar is? De uitleg is als volgt: De notitie ‘ik ben’ is een notitie welke het gevolg is van de opeenvolgende zintuiglijke beelden welke mij elk moment van de wakkere staat van mijn zijn binnenkomen. Door deze notitie, welke zich als een soort continuüm in mijn geheugen vormt, ontstaat een idee van een doorgaande aanwezigheid in de objecten welke ik via zintuiglijke gewaarwordingen binnen krijg. Dit idee is er omdat mijn zintuigen gewoonlijk naar buiten zijn gericht, en vanwege dit naar buiten gericht zijn van de gewaarwording wordt het ontstane beeld naar buiten geprojecteerd.

De omslag welke zich voordoet in zelfrealisatie is de realisatie dat alle gewaarwording niet buiten me plaatsvindt, maar binnenin dit bewustzijn wat ik feitelijk ben.

Wanneer je je eenmaal realiseert dat alle gewaarwordingen in MIJ plaatsvindt, voltrekt er zich een verandering in ‘bewust zijn van’… Wanneer wordt gezien dat alles zich binnenin mijzelf voordoet, ontstaat de realisatie dat alle objecten feitelijk zich binnenin dit ene bewustzijn bevinden. En dit is niet een werkelijk bevinden in de zin van dat een object zich op een bepaalde plaats bevind.

(Hoe kan het dat ik weet dat dit bewustzijn Een is? Dat kan ik weten omdat ik altijd en overal maar één gewaarwording heb, weliswaar lijkt ieder mens en dier gewaar te zijn maar als ik rigoureus en scherp observeer is er maar één ziener en dat ben IK, en dit geldt voor ieder wezen zo. Dan nog kan men de vraag stellen ‘dit is toch niet één maar ontelbare zieners wat hier gesteld word? Dan volgt het vragend antwoord, waar zie jij de ziener? Is het niet zo dat elk wezen alleen zichzelf kent en uit dit ene Zelf ervaart? Hoe kan je weten dat al die beelden van anderen in jou, een ziener (oftewel een bewustzijn) bevatten? Is het niet een veronderstelling van de geest????

(Een veronderstelling stelt vanuit een onuitgesproken predispositie ‘vast’ dat iets bestaat maar daarmee is weliswaar de veronderstelling gefundeerd maat niet de predispositie, dat blijkt op zijn beurt ook weer een veronderstelling te zijn! Dus elke veronderstelling gaat uit van een ver-onder-onder stelling en die keten is oneindig. Ik heb al eens eerder dit mechanisme van de geest belicht in een andere blog en kom tot de conclusie dat de lus die in de geest ontstaat zich gedraagt als de ring van Möbius. Het is de geest die zelf een spelletje speelt, gewaarzijn van dit mechanisme doet je inzien dat het geestelijke een gebeuren is wat zichzelf zo in stand houd, inzien dat het zo werkt kan een directe stop doen van dit alles (of je moet er lol in beleven om het door te laten gaan))

Er wordt, met andere woorden, gerealiseerd dat alle beelden welke een object veronderstellen feitelijk zonder substantie oftewel substraat zijn. Dit betekent, om het in concrete termen uit te leggen, dat een object feitelijk niet een object in de fysieke zin van het woord is. Een object blijkt een construct te zijn In het bewustzijn.

Uit de kwantummechanica is duidelijk geworden dat het bewustzijn Invloed heeft op het waarnemen van atomaire verschijnselen. Bewust zijn bepaald of er op het moment van aandacht op de plaats waar een deeltje zich zou bevinden, dit deeltje zich daadwerkelijk zal bevinden. Met andere woorden wanneer het bewustzijn zich richt op een plaats waar iets waargenomen wordt, wordt er daadwerkelijk op die plaats ook iets waargenomen. De verbluffende conclusie is dat bewustzijn dit beeld of gebeuren creëert.

Zo is het ook gesteld met de gehele wereld zoals wij die ons dagelijks voorstellen. Al het waargenomen fenomenale is een creatie van mijzelf en met de bewustwording van dit feit ontstaat het besef dat IK de schepper van dit alles ben!

Wanneer je je realiseert dat je de schepper bent van al het waarneembare merk je ook dat je al deze schepselen bent. Je bent ze in relatie tot het gewaar zijn van deze schepselen. In deze verhouding wordt ook ontdekt dat ik al deze zaken diep van binnen volledig accepteer en dat ik van ze hou, hier kom je tot de ontdekking dat je alles lief hebt en dat de basis van dit alles liefde is. Wanneer je dit gewaar wordt ontstaat er een diepe dankbaarheid voor het hele bestaan en realiseer je dat je dit altijd al hebt gedaan en zal blijven doen omdat je oneindig houdt van alles wat je schept.

@Bas

img_0240